De Stilte

De bromtoon en de waterval,
Dat is wat ik hoor.
Kan dat niet veranderen in een kinderkoor.
Soms is dat voor mij een tranendal.
Vechten moet ik tegen dat geluid,
Want dat is wat mijn stemming verbruid.
Ik wil er niet aan toegeven,
Want ik kan van alles nog beleven.
De blijde smoeltjes die mij aan kijken,
En is het niet goed, dan laten ze dat wel blijken.
Maar de stilte neemt steeds meer toe,
Kon ik dat maar veranderen maar hoe?
Stil is het, en wordt steeds stiller,
Maar in Gods naam niet killer.
De conversatie gaat ook steeds minder,
Dat is voor de ander een grote hinder.
Maar de Stilte geeft ook dat je nadenkt,
En ziet ook gauwer als een ander je wenkt.
Je moet je inspannen, de Stilte te doorbreken,
En het aan de ander laten weten.
Als je met een hele koppel zit te praten,
Dan kan je het zelf wel laten.
Wat je hoort is een gedreun,
Dan wil je wel de Stilte en geen gekreun.
Maar Stil is het en dat zal zo blijven.
Want je kan het niet op de spits drijven.
Dus neem ik de Stilte maar voor lief,
Al is het een groot ongerief,
Want kiezen kan je daar niet in.
Dat heeft echt geen enkele zin.
Maar de Stilte is soms ook benauwd.
Want ik hoor ook niet of de poes miauwt.
Maar ik heb nog zoveel wat ik kan doen,
Dus geef ik hem af en toe van katoen.
Maar soms die Stilte,,,,,,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *