Bud

Dit was een hond, waar ik alles mee kon bepraten.
Als die ouwe boven zat te kaarten,
Dat was geen plek voor ons,te druk.
Wij gingen samen naar het bos,
Uren liepen wij te dwalen,kwamen niemand tegen.
Eindeloos waren de wegen,
Ze luisterde en antwoorde stil, ze had ook een eigen wil.
Als het haar niet aanstond waar we heen gingen
Draaide ze om,en blafte zachtjes kom,
een hond is niet stom.
Ze is op de camping gekomen ,en gegaan,
Iedereen was echt ontdaan.
Ze had een leven als een prins
En daar gedroeg ze zich ook naar,
Ik kon mijn draai daar niet meer vinden.
Soms zag ik haar, daar ginds.
De bossen ben ik nooit meer ingegaan.
Daar was het mee gedaan.
Huizen werden daar gebouwd
De plek waar wij zo hadden gesjouwd
Door weer en wind,
En er is niks meer wat je vind.

Ik heb heel lang om je gerouwd,
Want je was voor mij zo vertrouwd.
En ja lieverd,,, je had een hart van goud….,

BEA***

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *