Waarover moeten we praten,
Over alles kan je praten.
Je kan zelfs praten met je mond dicht.
Je ogen kunnen praten,
Je handen kunnen praten.
Maar praat je ook met je verstand,
Al pratend kan je het uitleggen.
Gezellig om de tafel praten,
Doe je mond open,om te praten.
Je praat naar dat je verstand hebt.
Je kunt over een ander praten,
Maar praat dan over iets leuks.
Wil je wel met mij praten?
Praten helpt heus,
Maar al dat gepraat heeft geen zin.
Wordt er wel geluisterd als je praat.
Van al dat praten word ik doodmoe,
Kunnen we over wat anders praten,
Je blijft maar praten…..praten.
Luister je wel als ik tegen je praat?
Kinderen leren praten,
Maar als ze wat te praten hebben, is het monden dicht.
Je kan ook fluisteren als je praat,
En dan is het praat is wat harder,
Zo kan je uren door praten,
En er is nog niets gezegd.
Praat dan ook tegen mij.
Dan kan ik wat terug zeggen,
Ja altijd heb je praatjes,
En het laatste woord……
BEA

